Processtap

Binnen PDM is de Processtap het kennisobject dat een specifieke, uitvoerbare activiteit binnen een werknetwerk beschrijft. Waar het object ‘Proces’ de context en het domein bepaalt, vormt de processtap de feitelijke bouwsteen van het werk.

Hieronder volgt een uitgebreide beschrijving van dit object op basis van de PDM-specificaties:

Doel en functie

Het primaire doel van een processtap is het vastleggen van een handeling die door een uitvoerder wordt verricht. In het PDM-model ontstaat de flow (werkstroom) niet door een vooraf bepaalde nummering, maar door de onderlinge afhankelijkheden tussen processtappen en informatieobjecten.

Attributen (Eigenschappen)

Voor iedere processtap worden specifieke eigenschappen vastgelegd om de activiteit eenduidig te definiëren:

AttribuutVerplichtOmschrijving
idJaUnieke, permanente identifier die nooit wijzigt.
naamJaDe naam van de activiteit (bijv. “Controleren aanvraag”).
actieNeeDe concreet uit te voeren handeling.
omschrijvingNeeNadere toelichting op de activiteit.
duurNeeDe verwachte of gemiddelde tijdsduur van de stap.
prioriteitNeeHet relatieve belang van de stap binnen het proces.

Relaties in het Metamodel

De processtap functioneert als de “knoop” in het netwerk waar alle andere objecttypen samenkomen:

  • Behoort tot Proces: elke processtap is onderdeel van exact één proces.
  • Wordt uitgevoerd door Uitvoerder: elke stap vereist minimaal één uitvoerder (mens of systeem).
  • Produceert Informatieobject: een stap kan één of meerdere informatieobjecten als resultaat opleveren.
  • Gebruikt Informatieobject: een stap kan informatieobjecten nodig hebben als input om te kunnen starten.
  • Wordt beïnvloed door Regel: Regels (zoals wetgeving of afspraken) bepalen de kaders waarbinnen de stap moet worden uitgevoerd.

Modelleerprincipes en besluitvorming

  • Juiste korrelgrootte: een veelvoorkomende valkuil is het te groot modelleren van stappen (bijv. “Incident afhandelen”). PDM schrijft voor te modelleren op het niveau waarop een uitvoerder een specifieke handeling verricht met herleidbare input en output.
  • Besluiten: in tegenstelling tot traditionele stroomdiagrammen gebruikt PDM geen aparte beslissymbolen. Besluiten worden gemodelleerd als gewone processtappen; alternatieve paden ontstaan simpelweg door meerdere uitgaande relaties vanaf één processtap.
  • Actief taalgebruik: bij het modelleren wordt aangeraden elke processtap te laten beginnen met een actief werkwoord (bijv. archiveren, verzenden).

Visuele Representatie (Views)

De processtap wordt in de verschillende PDM-views als volgt weergegeven:

  • Vorm: in de Flow View (werkstroom) wordt een processtap afgebeeld als een Rounded Rectangle (afgeronde rechthoek).
  • Inhoud: in een Flow View zijn voor een processtap de naam, de uitvoerder, de duur en de prioriteit verplichte velden.
  • Context: in de Domein View wordt getoond welke stappen onderdeel zijn van een domein zonder de flow te tonen, terwijl de Uitvoerder View laat zien welke taken specifiek bij één rol horen.

Afgeleide documentatie: de Werkinstructie

De processtap is de primaire bron voor de Werkinstructie. Waar een procesbeschrijving gericht is op het begrijpen van de keten, is een werkinstructie gericht op de feitelijke uitvoering van één specifieke processtap. Een werkinstructie bevat naast de metadata van de stap ook een concreet stappenplan, de benodigde hulpmiddelen (zoals applicaties of checklists) en de acceptatiecriteria voor een succesvolle afronding.