Flow view
De Stroomweergave (Flow View) is de primaire weergave binnen het PDM en is ontworpen om inzicht te geven in hoe werk en informatie feitelijk door de organisatie bewegen. In tegenstelling tot traditionele stroomdiagrammen, ontstaat de “flow” in deze weergave niet door een vooraf bepaalde nummering, maar door de expliciete afhankelijkheden en relaties tussen de verschillende werkobjecten.
Doel en functie
Het hoofddoel van de Stroomweergave is het begrijpen van de dynamiek van het werk. Het fungeert als een visuele projectie van het onderliggende werknetwerk om de zogenaamde “gedragspaden” inzichtelijk te maken. De weergave wordt specifiek ingezet voor:
- Procesanalyse en -verbetering: Het identificeren van knelpunten en optimalisatiemogelijkheden.
- Workshops: Als visueel hulpmiddel om met betrokkenen de werkwijze te bespreken.
- Kennisoverdracht en Onboarding: Het snel inwerken van nieuwe medewerkers door te laten zien hoe taken en informatie op elkaar aansluiten.
Inhoud en samenhang
De Stroomweergave toont de vijf fundamentele bouwstenen van het PDM-metamodel in hun onderlinge samenhang:
- Processtappen: De feitelijke handelingen die worden verricht.
- Informatieobjecten: De informatie die als ‘brandstof’ (input) dient of als resultaat (output) wordt geproduceerd.
- Uitvoerders: De rollen of systemen die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering.
- Regels: De kaders, wetgeving of afspraken die de uitvoering van stappen beïnvloeden.
- Relaties: De verbindingen die de feitelijke volgorde bepalen (bijvoorbeeld: Stap A produceert informatie die Stap B nodig heeft).
Verplichte attributen voor modellering
Om een valide Stroomweergave te kunnen genereren, moeten de volgende eigenschappen (attributen) in het werknetwerk zijn vastgelegd:
- Voor Processtappen: Naam, Uitvoerder, Duur en Prioriteit.
- Voor Informatieobjecten: Naam en Drager (de specifieke opslaglocatie zoals een systeem of formulier).
Rol in afgeleide documentatie
De Stroomweergave vormt de basis voor diverse automatisch gegenereerde documenten. Het is de primaire bron voor de Werkinstructie, omdat deze de operationele details van een stap in de juiste context plaatst. Daarnaast levert het de visuele en logische input voor de Procesflow binnen een integrale Procesbeschrijving.
Vormcodering
In de Flow View van PDM worden specifieke vormen gebruikt om de verschillende werkobjecten visueel van elkaar te onderscheiden. De gehanteerde vormcodering is als volgt:
- Proces: Hexagon (zeshoek).
- Processtap: Rounded rectangle (afgeronde rechthoek).
- Informatieobject: Rectangle (rechthoek).
- Uitvoerder: Stadium (een rechthoek met halfronde zijkanten).
- Regel: Dashed rectangle (gestippelde rechthoek).
Deze vormen helpen bij het begrijpen van de dynamiek van het werk, waarbij de volgorde van de activiteiten ontstaat uit de feitelijke relaties en afhankelijkheden tussen deze objecten
De Flow View (Dynamisch Perspectief)
Toont de chronologische dynamiek waarbij de flow ontstaat door informatie-afhankelijkheid in plaats van hiërarchie.
flowchart LR
%% Definitie van het proceskader
Proces{{Proces: Werkdomein}}
%% Eerste actie-set
A1([Uitvoerder 1])
S1(Processtap A)
R1[Regel Z]
I1[Informatieobject X]
%% Tweede actie-set
A2([Uitvoerder 2])
S2(Processtap B)
I2[Informatieobject Y]
%% Relaties die de flow bepalen
A1 --- S1
R1 -.-> S1
S1 --> I1
I1 --> S2
A2 --- S2
S2 --> I2
%% Styling conform PDM specificaties
style R1 stroke-width:1px,stroke-dasharray: 5 5Leeswijze van de Flow
De dynamiek in dit diagram wordt bepaald door de volgende logica:
- Uitvoerders voeren de processtappen uit.
- Regels conditioneren de uitvoering van specifieke stappen.
- Processtappen produceren informatieobjecten (output).
- Informatieobjecten vormen de input voor volgende stappen.
- De volgorde (het gedragspad) ontstaat dus automatisch doordat Stap B afhankelijk is van de informatie die door Stap A is opgeleverd.